" /> Al deze stenen voor sparen en lenen: Wervershoof

Alkmaar | Andijk | Drechterland | Enkhuizen | Harenkarspel | Heerhugowaard

Hoorn | Langedijk

West-Friesland

Medemblik | Niedorp

Noorder-Koggenland

Obdam | Opmeer

Schagen | Stede Broec | Venhuizen | Wervershoof | Wester-Koggenland | Wognum

West-Friesland | Noord-Holland | Omringdijk | Intro | Zoeken | Colofon | Forum/Prikbord | Aanmelden

Wervershoof

Wervershoof
Historie
Wapen
Vlag
Volkslied

Al deze stenen voor sparen en lenen

Andijk
Bovenkarspel
Grootebroek
Hoogkarspel
Lutjebroek
Wervershoof
Westwoud
Zwaagdijk

West-Friesland...
het land waar wij wonen


Inleiding
1. Tussen water en wind
2. Oud en nieuw land
3. Wie is de Westfries
4. Boer in West-Friesland
5. Bouwers en Tuinders
6. Van dingen die gingen
Nawoord

West-Friesland, land om van te houden

Andijk
Drechterland
Enkhuizen
Hoorn
Medemblik
Noorder-Koggenland
Obdam
Opmeer
Stede Broec
Venhuizen
Wervershoof
Wester-Koggenland
Wognum

 

VVV

Provincie Noord-Holland

Noordhollands Dagblad

 

Al deze stenen voor sparen en lenen

Wervershoof

Het begin van de Rabobank Westfriesland-Oost

Van der Geest

Hij was al 41 jaar, toen Leonardus van der Geest zodanig door de gedachten van Raiffeisen werd gegrepen, dat hij niet alleen al zijn energie gaf aan de oprichting van een Co�peratieve Leenbank in Wervershoof, maar ook de provincie in trok en overal waar men dat maar wilde, lezingen hield. Bovendien benoemt de Centrale Bank hem in 1906 tot Inspecteur voor het Hollands Noorderkwartier. Dat betekent dat bij namens de Centrale Bank bij andere plaatselijke banken de boeken controleert en adviezen geeft over de voortgang van het bankbedrijf. Daarvoor zal hij ongetwijfeld wel een salaris hebben gekregen. Veel openbaar vervoer was er in die dagen nog niet, zodat hij heel wat afstanden op de fiets heeft afgelegd. In 1902 schrijft Van der Geest het gehele Dagboek over, omdat de Centrale Bank vond dat er teveel 'uitkrabbingen' in stonden. In het licht van wat we van deze toegewijde man weten, een opmerkelijk bericht. Wellicht is de reden te vinden in de overijverige en zeer precieze instelling van Van der Geest en heeft hij het zelf gewild? Of trof men een Inspecteur die op de kleinste onvolkomenheid lette? Dezelfde die in 1918 het Bestuur de uitspraak ontlokte: "Elke inspecteur moet en wil gaarne iets zeggen."
Maar niet altijd had de inspectie vervelende opmerkingen. Het handgeschreven inspectierapport van de heer Van der Hurk uit 1911 vermeldt: "Tot mijn genoegen kan ik u daaromtrent zeer gunstig rapporteren. ik kreeg wederom den indruk, dat de instelling steeds meer en meer aan haar roeping beantwoordt, hetwelk ongetwijfeld voor een groot gedeelte zijn oorzaak vindt in het vertrouwen, dat beheerders en Kassier bij de bevolking genieten."
Als onderwijzer was bij een bijzonder mens. Zijn manier van lesgeven was buitengewoon boeiend en het kostte hem dan ook nooit enige moeite om de aandacht van de leerlingen te krijgen en te houden. Hij was streng maar rechtvaardig en straffen deed hij zelden of nooit.
Een andere nevenfunctie bekleedde hij als voorzitter van de Commissie voor de straatverlichting. Als Kassier zal het hem pijn hebben gedaan, wanneer hij in november 1913 moet constateren dat er voortdurend te weinig geld in kas is om de ambitieuze plannen voor de gemeente te realiseren. Overigens hebben we het dan nog over gasverlichting, want elektriciteit komt er pas in 1917!
Telefoon was er eerder. Op 28 mei 1910 komt de eerste telefoonverbinding naar Wervershoof tot stand. Maar in 1913 oordeelt de voorzitter dat "telephonische aansluiting voor onze bank niet nodig is". In 1927 komt die aansluiting er wel en dat is in vergelijking met andere banken heel snel. Anderen hebben er soms tot na de Tweede Wereldoorlog mee gewacht.
Streng en rechtvaardig was hij ook in zijn functie bij de bank. In 1905 meldt hij "twee gevallen van loslippigheid". Een reden om betrokkenen te bestraffen met een boete van f 25,-. Op alle mogelijke tijden moest hij beschikbaar zijn. Ook wanneer in 1904 op verzoek van de leden het besluit valt om de Algemene Vergadering in het vervolg op zondag na de Vesper te houden (Vesper is het middaggebed in de katholieke kerk).

Een voorbeeld van een rekeningboekje zoals dat werd gebruikt voordat er dagafschriften kwamen.

Het 25-jarig bestaan is reden voor een groot feest. Het Bestuur zou op de foto gaan, maar besluit achteraf het toch maar niet te doen. Reden: we zijn te oud en te lelijk.
Volgens de notulen is het feest ook groots gevierd op de Algemene Vergadering. Bij de rondvraag openen zich "de sluizen der welsprekendheid" en iedereen heeft "vrije vertering".
Nadat het 25-jarig bestaan is gevierd, denkt Van der Geest er over om het wat rustiger aan te gaan doen. In 1925 krijgt hij, om alvast een opvolger in te werken, hulp van zijn zoon J(an) van der Geest.
Kennelijk is er bij het bankjubileum niet veel aandacht besteed aan de jubilea van de oprichters, want pas in 1929, wanneer hij op het punt staat afscheid te nemen, krijgt de Kassier een cadeau, dat ook voor zijn jubileum moet gelden. Lang heeft hij niet van zijn rust mogen genieten. In hetzelfde jaar komt bij te overlijden. Een jaar later ontvangt zijn weduwe uit handen van de voorzitter een geschilderd portret van haar man. Een duidelijk teken dat de bank zeer welvarend is. Een geschilderd portret was ook in die tijd een duur cadeau, maar de bank kon die last goed dragen en het toonde de grote waardering voor het werk van de Kassier van het eerste uur. Intussen is in 1927, geheel onverwacht de Voorzitter/Directeur in Amsterdam overleden. Als opvolger wordt Burgemeester Raat gevraagd. Hij besluit op de uitnodiging van het Bestuur in te gaan en het voorzitterschap op zich te nemen. In de vergadering van 8 mei 1928 volgt zijn benoeming, samen met die van de heer Kraakman.

Het Bestuur van de Boerenleenbank Wervershoof begreep het 
      belang van goed onderwijs in de regio.Het Bestuur van de Boerenleenbank Wervershoof begrrep het belang van goed onderwijs in de regio.

Jan van der Geest is na het overlijden van zijn vader nog onvoldoende ingewerkt om direct de taak van zijn vader over te nemen. Daarom wordt hij voorlopig bijgestaan door voorzitter Raat. Pas in mei 1930 zal de tweede generatie van der Geest zijn offici�le benoeming krijgen. Het bijzondere vertrouwen dat het Bestuur in deze familie heeft, ongetwijfeld ingegeven door de trouw en de inzet van Leonardus en Jan van der Geest, komt nog eens duidelijk naar voren in de notulen wanneer Jan in 1935 een zoon krijgt. De komst van deze derde generatie Van der Geest wordt gememoreerd als de geboorte van "een kleine opvolger". Hoe dat later vorm zou krijgen, zien we wat verder in dit hoofdstuk. Een echte arbeidsovereenkomst krijgt Johannes Nicolaas (Jan) van der Geest pas in augustus 1939. Een overeenkomst die getekend werd door de heren Raat, Kraakman en Boon en waarin nauwkeurig werd geregeld welke werkzaamheden de Kassier zelfstandig mocht verrichten. Maar in 1949 meent het Bestuur dat men zijn salaris wat moet verlagen, omdat bij ook een functie heeft als organist.

 

Vorige pagina <> Volgende pagina

 

Bovenstaande tekst is overgenomen uit: "Al deze stenen voor sparen en lenen"
Uitgave: Rabobank Westfriesland-Oost, � februari 1998

Nu gratis te verkrijgen! 
Klik hier voor meer info.