Alkmaar | Andijk | Drechterland | Enkhuizen | Harenkarspel | Heerhugowaard

Hoorn | Langedijk

West-Friesland

Medemblik | Niedorp

Noorder-Koggenland

Obdam | Opmeer

Schagen | Stede Broec | Venhuizen | Wervershoof | Wester-Koggenland | Wognum

West-Friesland | Noord-Holland | Omringdijk | Intro | Zoeken | Colofon | Forum/Prikbord | Aanmelden

Stede Broec
Historie
Wapen
Vlag

Van de stede Broek tot Stede Broec

Voorwoord
Inhoud
1. Kennismaking met Stede Broec
2. De Historie van Stede Broec
3. Broekerhaven
4. De straatweg
5. Rampspoed
6. De Zouaven
7. De Overhaal
8. Stede Broec nu
9. Tuinbouw
10. Verbindingen
11. Wonen in Stede Broec
12. Wapen en ambtsketen
Bronvermelding

Al deze stenen voor sparen en lenen

Andijk
Bovenkarspel
Grootebroek
Hoogkarspel
Lutjebroek
Wervershoof
Westwoud
Zwaagdijk

West-Friesland...
het land waar wij wonen


Inleiding
1. Tussen water en wind
2. Oud en nieuw land
3. Wie is de Westfries
4. Boer in West-Friesland
5. Bouwers en Tuinders
6. Van dingen die gingen
Nawoord

West-Friesland, land om van te houden

Andijk
Drechterland
Enkhuizen
Hoorn
Medemblik
Noorder-Koggenland
Obdam
Opmeer
Stede Broec
Venhuizen
Wervershoof
Wester-Koggenland
Wognum

 

VVV

Westfriese Families
Westfriese
Families

Provincie Noord-Holland

Noordhollands Dagblad

 

Van de stede Broek tot Stede Broec

Hoofdstuk 5: Rampspoed

Overstroming

De euforie over de nieuwe straatweg was nog nauwelijks geluwd toen het noodlot toesloeg: in 1675 brak de Zuiderzeedijk bij Schardam, zuidelijk van Hoorn, door. Westfriesland kwam onder water te staan. Broek werd zwaar getroffen. De grond en het viswater raakten verzilt, het vee en ook de mensen werden ziek.

Om de kinderen te beschermen, stuurde men ze naar het weeshuis, maar daar was onvoldoende geld om ze te voeden. Het stadsbestuur zag geen moge lijkheden om bij te springen. Ze deden een beroep op Den Haag en kregen in 1679 -beter laat dan nooit- toestemming om een belasting op rogge-, boekweit- en tarwemeel te heffen. Met de de opbrengst daarvan kon de ergste nood worden gelenigd.

Brand in Broek

In 1694 trof de volgende ramp de stede Broek: een grote brand in Grootebroek. Met de toen gebruikelijke manier van blussen -men gaf elkaar vanaf de sloot eninierijes water door- was er geen houden aan, vooral ook omdat de huizen dicht op elkaar stonden. Veertig huizen gingen verloren en het plaveisel van de straatweg, de trots van de stad, had zwaar te lijden.

De Broekers zagen geen kans geld bijeen te brengen om deze nieuwe ramp het hoofd te bieden. De vindingrijke pastoor van het Lutjebroeker schuilkerkje lanceerde het plan om in andere delen van het land een collecte te houden. Twee ondernemende Lutjebroekers gingen op pad met een aanbeveling van het stadsbestuur. Ze kwamen terug met 125.000 gulden! Daarmee konden de getroffenen worden geholpen.

Misoogst, koude en veepest

De volgende slag trof Broek in 1698: de oogst mislukte. De bevolking leed honger. In 1740 dompelde een extreem koude winter de Broekers in ellende. Er was gebrek aan alles. De mensen verkochten hun kostbaarheden om aan warme kleding en brandstof te komen. In 1744 en 1745 sloeg de veepest toe en ging de helft van de veestapel verloren.

Armoede in de stede Broek

In 1750 werd Grootebroek voor een groot deel door brand verwoest, in 1763 trof hetzelfde lot Lutjebroek. Ook nu toog men op pad om, met hartverscheurende verhalen over slachtoffers van de brand die in plaggenhutten huisden, mensen elders in het land tot gulheid te bewegen. Het leverde bijna 35.000 gulden op.

Als gevolg van al deze rampspoed liep het aantal inwoners dramatisch terug; de mensen trokken weg. De kerkelijke archieven maken in 1645 melding van 1050 communicanten -volwassen katholieken- in Bovenkarspel; in 1723 zijn er nog maar 198.

Het einde en het begin

In de Franse tijd rond 1800 kwam het einde van de stede Broek in zicht. Als gevolg van onderlinge meningsverschillen werd de stede in 1825 ontbonden, Grootebroek en Lutjebroek bleven bij elkaar. De band met Bovenkarspel bleef, zij het moeizaam, in stand.

De eerste plannen voor samenvoeging van de gemeenten Bovenkarspel en Grootebroek dateren van 1849. Dat liep op niets uit. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog was samenvoeging van Bovenkarspel, Grootebroek en Hoogkarspel ter sprake. Als gevolg van de oorlog is het er ook toen niet van gekomen.

In de zestiger jaren breidt de samenwerking tussen Bovenkarspel en Grootebroek zich uit als gevolg van belangrijke ontwikkelingen zoals de ruilverkaveling en de overloop uit de Randstad. Het duurde echter tot 1979 voor de twee gemeenten ��n werden. Dat gebeurde toen heel Westfriesland aan een bestuurlijke reorganisatie werd onderworpen en het aantal gemeenten van zevenentwintig naar dertien werd teruggebracht. De oude naam stede Broek werd, zij het met een c aan het eind, in ere hersteld.

 


 

Hoofdstuk 6: De Zouaven

In dienst van de paus

Halverwege de vorige eeuw begon, mede als reactie op de Franse Revolutie, de bevolking van Itali� zich te verzetten tegen de vorsten van de kleine koninkrijkjes. Hun leider was koning Victor Emanuel van Sardinie niet zijn veldheer Garibaldi. In 1870 hadden zij hun strijd gewonnen, Itali� was ��n staat.

De Kerkelijke Staat, gelegen in het midden van ltali� en al zo'n 1000 jaar oud, kwam daardoor in het nauw. Een eigen leger had de paus niet, maar er was altijd wel een invloedrijke vorst, op dat moment de Franse Napoleon III, die bescherming bood.

Toen de Kerkelijke Staat niettemin ten onder dreigde te gaan, deed de paus een beroep op alle katholieke jongemannen in de wereld om zich aan te melden voor het Zouavenleger en de Kerkelijke Staat te redden. De meeste Zouaven kwamen uit Nederland: ruim drieduizend. Uit de dorpen van de stede Broek kwamen er vierentwintig.

De bekendste was Pieter Janszoon Jong uit Lutjebroek. Zijn roem verwierf hij in de slag bij Monte Libretti, een hooggelegen vestingstadje. De Zouaven waren met zevenentachtig man, de Garibaldisten met ruim twaalfhonderd. De Zouaven zagen kans ze de stad uit te jagen. 'De reus uit Lutjebroek' hield in z'n eentje een horde 'roodhemden' tegen zodat zijn makkers zich konden hergroeperen. Het werd zijn dood, maar hij had in die nacht wel veertien man met de kolf van zijn geweer de hersens mgeslagen.

Toen in 1925 in Luitebroek een gymnastiekvereniging werd opgericht, stelde de kapelaan voor om die 'Pieter Janszoon Jong' te noemen. Hij kreeg geen bijval: het werd S.S.S.

Zes jaar later kwam er een voetbalclub en de kapelaan probeerde het nog een keer. Hij kreeg niet helemaal z'n zin; het werd 'De Zouaven'. Zij voetballen nog altijd in de kleuren die ook het tenue van Pieter Janszoon Jong had: grijs met rood.

P.J. Jong leeft voort in Lutjebroek: zijn beeld is ingernetseld in de gevel van de RK-kerk en de belangrijkste straat van het dorp is naar hem genoemd.

 

Vorige pagina <> Volgende pagina

 

Bovenstaande tekst is overgenomen uit het boekje
"Van de stede Broek tot Stede Broec".
(Uitgave: Gemeente Stede Broec, 1998. Afdeling Voorlichting)

 

Nu gratis te verkrijgen! 
Klik hier voor meer info.