Alkmaar | Andijk | Drechterland | Enkhuizen | Harenkarspel | Heerhugowaard | Hoorn

Koggenland | Langedijk

West-Friesland

Medemblik | Niedorp

Opmeer | Stede Broec

Schagen | Wervershoof

West-Friesland | Noord-Holland | Omringdijk | Intro | Zoeken | Colofon | Forum/Prikbord

Dechterland

Drechterland
Historie
Wapen
Vlag
Gedenkboek
1940-1945

Gedenkboek
1940-1945


1. Inhoudsopgave
3. Voorwoord
5. Ter inleiding
7. De burgemeester in oorlogstijd en als gijzelaar
11. Het bestuur der gemeente onder de nieuwe orde
18. Ge�vacueerden uit Soest
21. Evacuatie 1944
22. Dreigende watersnood
24. Luchtwacht
28. De gevolgen van de luchtoorlog te Hoogkarspel
30. Gezondheidszorg in oorlogstijd
32. De distributie
34. De moeilijkheden van een middenstander en die van de huisvrouw
36. De hongertochten
37. De centrale keuken
41. De brandhoutvoorziening
42. Het verzet der kerken
44. Politie-ervaringen gedurende de jaren 1940-1945
49. De namen der gefusilleerden op 6 Februari 1945
50. Echte en valse persoonsbewijzen
53. Bevrijding van een arrestant
55. "Bij de dood van Tom Kranenburg" - gedicht
56. Een "mislukte" dropping
57. De dief van het bevolkingsregister aan het woord
58. Hoe ik er toe kwam
61. Het werk van onze plaatselijke illegaliteit, i.v.m. de zorg voor onderduikers
76. De verspreiding van illegale bladen
77. Spoorwegstaking
79. Vordering van radiotoestellen en rijwielen
81. Onze school in bezettingstijd
83. De overvalwagen op Zwaagdijk
85. Chronologisch register 1940-1945

Al deze stenen voor sparen en lenen

Andijk
Bovenkarspel
Grootebroek
Hoogkarspel
Lutjebroek
Wervershoof
Westwoud
Zwaagdijk

West-Friesland...
het land waar wij wonen


Inleiding
1. Tussen water en wind
2. Oud en nieuw land
3. Wie is de Westfries
4. Boer in West-Friesland
5. Bouwers en Tuinders
6. Van dingen die gingen
Nawoord

West-Friesland, land om van te houden

Andijk
Drechterland
Enkhuizen
Hoorn
Medemblik
Noorder-Koggenland
Obdam
Opmeer
Stede Broec
Venhuizen
Wervershoof
Wester-Koggenland
Wognum

 

VVV

Westfriese Families
Westfriese
Families

Provincie Noord-Holland

Noordhollands Dagblad

Rabobank

 

Gedenkboek 1940-1945

Het werk van onze plaatselijke illegaliteit in verband met zorg voor onderduikers

S. KOK

Toen op 10 Mei 1940 de Duitse troepen op bevel van hun F�hrer Adolf Hitler ons landje binnenvielen, en met niets ontziend geweld en gebruik makend van de gemeenste middelen - geholpen door verraderlijke elementen uit onze Nederlandse samenleving - onze weerstand in ��n slag trachtten te breken en onze volkskracht de nekslag te geven, veroorzaakte deze verraderlijke aanval en de met alle rechts- en beschavingsnormen spottende oorlogsmethode der Duitse barbaren in het hart van iedere weldenkende Nederlander een hartgrondige afschuw van alles wat Duits was en bleek het verzetsvuur, opgelaaid in de vroege morgen van de 10e Mei, ook na de capitulatie van het Nederlandse leger vijf dagen later, onuitblusbaar. In de weken en maanden, die op de capitulatie volgden, ondervond ons volk hoe langer hoe meer de ware bedoelingen van HitIer en zijn trawanten. Hun maatregelen werden steeds scherper. De zetbaas van. HitIer, Seys Inquart, die aanvankelijk ons volk paaide met mooie woorden en schone beloften, begon al spoedig met de nazificering van ons vaderland. Partijen werden verboden, confessionele verenigingen opgeheven; joden en "politiek onbetrouwbaren" werden opgesloten in concentratiekampen enz. Hij werd in zijn luguber werk bijgestaan door N.S.B.'ers en andere onvaderlands-lievende schobbers. De uitvoerende macht, waarvan de massamoordenaar Rauter het hoofd was, zorgde dat iedere proclamatie van "Seys" werd uitgevoerd. De Landwacht, welke voor een groot deel bestond uit z.g. Nederlanders, die behoorden tot het uitvaagsel der maatschappij, hielp daarbij nog 'n handje mee. Al die rechteloosheid en die steeds toenemende Duitse terreur hadden echter, op het Nederlandse volk een averechtse uitwerking. Het aanvankelijk lijdelijk verzet maakte gaandeweg plaats voor actief verzet. De Duitse maatregelen werden hoe langer hoe meer gesaboteerd. Speciale "knokploegen" werden gevormd door de moedigsten van ons volk. Deze verzwakten het Duitse oorlogspotentieel door aanvallen op bepaalde militaire objecten, door sabotage, door "kraken" op arbeidsbureaux en distributiekantoren enz. enz. Kortom, het verzet van het Nederlandse volk groeide steeds aan en vormde alzo een niet onbelangrijke factor in de geallieerde oorlogvoering, welke uiteindelijk leidde tot de vernietiging van Nazi-Duitsland en de bevrijding van ons dierbaar vaderland.

Het "bovengronds" verzet, hetwelk op 15 Mei 1940 eindigde, werd na deze noodlottige datum "ondergronds". Een andere naam voor "ondergronds verzet" was de uitdrukking "illegaal werk". De gezamenlijke illegale werkers werden genoemd de "illegaliteit". Men kan gerust zeggen dat iedere plaats en ieder gehucht in Nederland zijn eigen illegaliteit had. Begrijpelijkerwijze hadden de Duitsers een - gedeeltelijk ook uit angst voortkomende - hartgrondige haat jegens allen, die tot de illegaliteit behoorden en als de Duitse Sicherheitsdienst dan ook achter een dergelijk complot kwam, waren hun maatregelen gewoonlijk uiterst rigoureus, ja zelfs veelal beestachtig. En wee de plaatsen, welke door aanhoudende verzetsactiviteit in het "verdomboekje" kwamen te staan. Putten is hier helaas een afschrikwekkend voorbeeld van.

E�n van de plaatsen, welke aan de Duitsers veel last bezorgden, was onze gemeente Hoogkarspel. Dit is geen overdrijving, maar waarheid. Einde Maart 1945 verklaarde een der hoogste S.D.-autoriteiten aan onze toenmalige plaatsgenoot de heer Peters, die daar als gevangene werd verhoord, dat Hoogkarspel op een grondige wijze "ausradiert" zou worden, zodra nog ��n illegale verzetsdaad hun ter ore zou komen. De geschiedenis van het verzet, van de "illegaliteit" dus, in onze gemeente Hoogkarspel, voor zover dit betrekking heeft op de hulp voor onderduikers en wat hiermede samenhangt, zal ik trachten voor zover ik hiertoe in staat ben, objectief en naar beste weten, in beknopte vorm te verhalen.

Het georganiseerde verzet, want hierover gaat het, is voor een deel ontsproten uit de "Nederlandse Unie", voor een ander deel uit persoonlijk initiatief van buiten "De Unie" staande' plaatselijke personen. De Nederlandse Unie legde hier de grondslag voor samenwerking tussen personen van verschillende geloofsovertuiging, een grondslag, die. noodzakelijk was voor een vruchtbaar en doeltreffend verzet van alle vaderlandslievende gemeentenaren tegen de maatregelen van de bezetter. De bloeitijd van de Nederlandse Unie lag in het 2e bezettingsjaar, 1941.

Enige tijd, nadat de Nederlandse Unie door de Duitsers verboden was, werd op initiatief van wijlen Dr. Wytema een vergadering belegd bij Dr. van der Koogh in Bovenkarspel met het doel om te komen tot oprichting van plaatselijke kernen van waaruit het verzetswerk, het georganiseerde verzetswerk dus, zou moeten groeien. Onze plaatsgenoot, de heer J. Schaper, had, voor zover dit Hoogkarspel betrof, hierin de leiding. P. Dudink zorgde voor Zwaagdijk. Ongeveer in diezelfde tijd werd onze burgemeester, de Edelachtbare Heer S.M. Middelhoff, die een 100% vaderlander was en zijn sympathie voor Oranje en antipathie voor de Mof niet onder stoelen of banken stak, door de Duitsers als gijzelaar ingerekend. Hij werd vervangen door M. v.d. Kuur; die een actief N.S.B.'er was en waarvoor men voorzichtig moest zijn. Door deze mutatie in het bestuur van onze gemeente was voorzichtigheid en waakzaamheid bij het werk van de "illegale kern" geboden. Temeer gold dit daar niet van iedere medeburger de juiste mentaliteit bekend was. Over 't algemeen was Hoogkarspel geen braaf dorp, zoals de meesten zich nog wel zullen herinneren en met een bepaalde categorie personen moest terdege rekening worden gehouden, hetgeen ons verzetswerk zeer bemoeilijkte.

Op 30 April 1943 werd door de Duitsers geproclameerd, dat alle Nederlandse militairen, die in de Meidagen van 1940 gemobiliseerd waren geweest en dientengevolge als krijgsgevangenen werden beschouwd, zich op bepaalde plaatsen moesten melden. De bedoeling van de Mof was om deze mannen op te sluiten in kampen om hierdoor te verhinderen dat ze deelnamen aan het illegale verzet en bij een eventu�le geallieerde invasie niet opnieuw zouden gaan strijden tegen de Duitse legers. De reactie van de Nederlandse bevolking op deze Duitse maatregel was verbazingwekkend en toonde duidelijk de algemene afkeer van ons volk jegens het Duitse regiem en de Duitse methoden. Bijna overal in de lande was een algemene staking het gevolg. Wij, als illegale werkers, moedigden de staking aan, niet in de mening dat dit staken zou leiden tot intrekken van de afgekondigde maatregel, maar om hierdoor de bezetter nog eens te tonen, dat we wel (tijdelijk) overwonnen, doch niet verslagen waren. In ons dorp had deze staking ten gevolge, dat mijn broers Jan en Tinus op bevel van v.d. Kuur op 't raadhuis moesten verschijnen alwaar ze door dit heerschap met de dood en concentratiekamp werden bedreigd, wanneer ze niet onmiddellijk weer aan het werk zouden gaan. Het bleef natuurlijk bij een bedreiging.

Kort daarop - in Mei 1943 - werden alle mannen via een nieuwe proclamatie, verplicht om zich bij de gewestelijke arbeidsbureaux te melden. Dit gold voor alle mannelijke personen van 18 tot 35 jaar. Op deze arbeidsbureaux werd hun een "Ausweis", die overigens waardeloos was, ter hand gesteld. Het. doel van deze verplichte aanmelding was een overzicht te krijgen van de beschikbare en aanwezige arbeidskrachten, waaruit t.z.t. de voor de Duitse oorlogsindustrie benodigde arbeidskrachten zouden kunnen worden gerequireerd.

Deze keer liet ons volk zich, helaas ook in onze gemeente, van zijn zwakke kant zien. Ondanks onze propaganda - in 't geheim natuurlijk - zich niet aan te melden voor deze gecamoufleerde Duitse registratie, meldde practisch iedereen zich, zodat uiteindelijk ook de enkele weigeraars zich moesten melden om niet in moeilijkheden te geraken. Hetzelfde gold bij het volgende Duitse bevel, hetwelk kort daarna, op 2 Juni 1943, ten uitvoer gebracht moest worden. Alle radiotoestellen moesten die dag worden ingeleverd en jammer genoeg werd ook aan deze oproep te veel gehoor gegeven. Mede dank zij onze illegaliteit ter plaatse, werden toch nog wel enkele toestellen achtergehouden. Enige hiervan werden door ons zelf tot aan de bevrijding beheerd.

Op 15 Juni werd het volgende Duitse bevel uitgevaardigd: Alle jongens van de lichtingen 1923 en  1924 moesten vrijwel onmiddellijk aan een keuring worden onderworpen om daarna naar Duitsland te worden getransporteerd voor arbeid in de Duitse oorlogsindustrie. Nu begon ons werk voor de onderduikers pas goed. De jongens moesten worden bewerkt om hen af te houden van het werken voor de vijand. Er moesten plaatsen worden gezocht voor de jongens uit andere oorden, die weigerden naar Duitsland te gaan. Dit ging allemaal niet gemakkelijk.  De meeste jongens en hun ouders waren nog te bang voor huiszoeking, arrestatie enz., terwijl ook weinigen het aandurfden om een "onderduiker" in huis te nemen. Het resultaat was echter, zo niet bevredigend, dan toch wel hoopvol. Van de eerste lichting, die op 22 Juni weg moest, doken 2 jongens onder, n.l. J. Morit en W. Schaper. Van de volgende lichting bleven er 3 of 4 weg. Voor deze jongens moest plaats worden gezocht in omliggende gemeenten, wat na veel zoeken en vragen gelukte. Ook wisten we enkele jongens in onze gemeente te plaatsen, voornamelijk jongens uit de stad Utrecht en omgeving. Alle duikers, die we hadden ondergebracht, zowel hier als elders, moesten van bonkaarten worden voorzien. Daar dit toen nog niet zo gemakkelijk ging, moesten we veelal de boer op om tarwe, aardappelen, boter, of iets dergelijks om de pleegouders van de  onderduikers tegemoet te komen. Ook moest er geld zijn om het kostgeld, dat sommige duikers moesten betalen, te vergoeden. Indien mogelijk bezorgden we de jongens ook een weinig zakgeld. Maandelijks gingen we hiervoor een aantal mensen langs om bijdragen. Hoe meer duikers er kwamen - en dit aantal steeg regelmatig - hoe meer geld moest er zijn voor kost- en zakgeld. Er kwam dus gaandeweg meer werk aan de winkel.

 

 Volgende pagina

 

Bovenstaande tekst is overgenomen uit het
"Gedenkboek" 1940-1945, uitgegeven in 1947.