Alkmaar | Andijk | Drechterland | Enkhuizen | Harenkarspel | Heerhugowaard

Hoorn | Langedijk

West-Friesland

Medemblik | Niedorp

Noorder-Koggenland

Obdam | Opmeer

Schagen | Stede Broec | Venhuizen | Wervershoof | Wester-Koggenland | Wognum

West-Friesland | Noord-Holland | Omringdijk | Intro | Zoeken | Colofon | Forum/Prikbord | Aanmelden

West-Friesland

West-Friesland
Vlag
Volkslied
Nieuws

West-Friesland...
het land waar wij wonen


Inleiding
1. Tussen water en wind
2. Oud en nieuw land
3. Wie is de Westfries
4. Boer in West-Friesland
5. Bouwers en Tuinders
6. Van dingen die gingen
Nawoord

West-Friesland, land om van te houden

Andijk
Drechterland
Enkhuizen
Hoorn
Medemblik
Noorder-Koggenland
Obdam
Opmeer
Stede Broec
Venhuizen
Wervershoof
Wester-Koggenland
Wognum

Al deze stenen voor sparen en lenen

Andijk
Bovenkarspel
Grootebroek
Hoogkarspel
Lutjebroek
Wervershoof
Westwoud
Zwaagdijk

 

VVV

Provincie Noord-Holland

Noordhollands Dagblad

 

West-Friesland... het land waar wij wonen

Boer in West-Friesland

De stolpboerderij: karakteristiek en uniek












De vier tekeningen geven een beeld van de belangrijkste fasen die volgens de onderzoeker Brandts Buys in de ontwikkeling van de Westfriese stolpboerderij zijn te onderkennen.

Het is zeker dat het klimaat in deze streek zodanig was dat mensen die hier kwamen wonen een bescherming tegen de weersinvloeden moesten zoeken. De natuur bood niet veel mogelijkheden en daarom moest de mens zelf de handen uit de dierenvellen steken. En dat niet alleen ter bescherming van zichzelf maar ook, toen hij zich op akkerbouw en veeteelt ging toeleggen, voor berging van landbouwprodukten en stalling van dieren. Van die oude boerderijen is weinig meer over; in de regel niets meer dan sporen van de palen die het dak ondersteunden. Mens en dier leefden in ��n rechthoekige ruimte.
In het woongedeelte kon een vuur worden gestookt, echter zonder dat er sprake was van een schoorsteen. De rook werd geacht te verdwijnen door een gat in de nok. De palen en hun verbindingsbalken, samen een gebint vormend, stonden op zodanige afstand dat er telkens twee koeien tussen konden staan, die dan met hun koppen naar de zijwand stonden. Diezelfde paalafstand was voldoende om er in het woongedeelte slaapplaatsen, bedsteden, tussen te kunnen maken. Achter het gebouw was in de open lucht een hooiberging.
Eerder in dit boek werd erop gewezen dat omtrent de 15e eeuw de vraag naar agrarische produkten door de groeiende steden toenam. Het platteland kon aan die vraag voldoen omdat door de toepassing van molens de waterstand zodanig beheerst kon worden dat akkers en weilanden meer konden opleveren. Meer en beter hooi betekende behoefte aan grotere en betere bergingen. Een overdekte, aan de zijkanten dichte, maar vooral hogere schuur werd tegen het langwerpige woon- en stalgedeelte aangebouwd. Op sommige oude schilderijen en landkaarten is zichtbaar dat dit soort gebouwen hier in West-Friesland veelvuldig voorkwam. Voor het maken van zo'n grote hooiberging was zwaarder hout nodig dan eerder werd gebruikt. Dat soort hout was ondertussen verkrijgbaar geworden. De Zaanse houthandelaren importeerden grote stammen uit het Oostzeegebied.
Van de zware balken werd het zogenaamde vierkant gebouwd; vier stijlen op de hoeken van de hooiberging, verbonden door houten liggers. Het was een logische ontwikkeling om vervolgens het pyramide-vormige dak dat de hooiberg afdekte, zo laag mogelijk door te trekken en zodoende rondom de hooitas een overdekte ruimte te maken. Op slappe grondsoorten werd de zijkant van hout gemaakt, de zogenaamde weeg, en zie daar, de aanzet tot de zo markante Westfriese stolp.

 

Vorige pagina <> Volgende pagina

 

Bovenstaande tekst is overgenomen uit: "West-Friesland... het land waar wij wonen"
Uitgave: Rabobanken West-Friesland, � oktober 1984