| De West-Friese Omringdijk |
|
Enkele momentopnamen uit de historie van de Westfriese Omringdijk.
1250-1400 |
1404-1570 |
1571-1735 |
1741-1804 |
1810-1860 |
1861-1953
1250
Eerste vermelding van de Westfriese zeedijk in een giftbrief van
de abt van Egmond. Het is de Vriezendijk of Schagerdam van St.
Maarten naar Valkkoog, de dijk die in 1456 slaperdijk werd.
1280
Onder Floris V wordt iedereen die land bezit, ongeacht rang of
stand of functie, dijkplichtig.
1288
Wij horen van de indeling van West-Friesland in vier ambachten.
1311-1319
In deze periode is de Schardam gelegd door de Kennemer dorpen van
Beverwijk tot Limmen, als de meest belanghebbenden.
1319
Verstoeling van de Omringdijk door bisschop van Zuden.
1321
Graaf Willem III decreteert, dat wie niet in staat is zijn aandeel
in het dijkonderhoud te verrichten, ook zijn rechten verliest en
het werk dan op gemene dorpskosten moet worden gedaan.
1328
Grote inlaagdijk van Medemblik naar Almersdorp gelegd.
1334
Deze inlaagdijk wordt doorgetrokken tot Barsingerhorn.
Drechterland, ver van huis, krijgt vijf jaar later 808 roe voor
zijn rekening bij het verdere onderhoud. Ursem 36 roe.
Ook het Zuiderkwartier, tot Rotterdam toe, dijkt mee. De
Westfriese dijk is dus een gerneenlandsdijk. Men heeft er zich
eeuwen later nog op beroepen. De omslag is twee penningen per
morgen.
In hetzelfde jaar lijkt de situatie bij Medemblik onhoudbaar. Moet
de stad en het kasteel worden verplaatst?
Tussen Hoorn en Schardam wordt land prijsgegeven.
1346
De zwarte dood neemt naar schatting één vierde van de bevolking
van Holland weg.
1361
Enkhuizen legt buiten de Westfriese dijk zijn eerste haven aan.
1388
Eerste poging de Zijpe te bedijken, ook om de Westfriese dijk een
nieuw stuk voorland te bezorgen.
circa 1400
Ten noorden van Enkhuizen wordt een inlaagdijk gemaakt.
1250-1400 |
1404-1570 |
1571-1735 |
1741-1804 |
1810-1860 |
1861-1953
Bron:
J.J. Schilstra - In de ban van de dijk; de Westfriese
Omringdijk. (1974).
Pagina 126 - 131
|